Hoe verzorgt de dierenarts uw dier wanneer het ziek is

AnimEd Solutions - Chat malade chez le vétérinaire

Als je ooit al met een ziek huisdier naar de dierenarts bent gegaan, weet u hoe het gaat. De dierenarts stelt enkele vragen, knuffelt even met uw dier op de consultatietafel, beluistert snel het hart, neemt de temperatuur, dient een of twee injecties toe en zegt u pilletjes te geven voor een paar dagen. Soms wordt er bloed afgenomen of een RX genomen. Simpel toch?…. Wel, het is eigenlijk helemaal niet zo simpel.

Vanaf het moment dat u de consultatieruimte binnen wandelt met uw dier, houdt de dierenarts uw dier al goed in de gaten. Elke bijkomende stap tijdens de consultatie voegt een stukje van de puzzel toe die uw dierenarts probeert op te lossen om erachter te komen wat er scheelt met uw huisdier en wat het beste plan is om uw huisdier terug gezond te krijgen.

Zaken om rekening mee te houden

Wat is een anamnese en waarom is het belangrijk om een diagnose te kunnen stellen?

‘Anamnese’ is het woord dat gebruikt wordt om alle informatie die u aan de dierenarts geeft te beschrijven. Uw dierenarts gaat enkele standaard vragen stellen om erachter te komen waarom u met uw dier langskomt. Het antwoord kan gaan van een dier dat algemeen wat suffer is tot iets veel specifieker zoals bijvoorbeeld braken, niezen of manken. Daarna gaat de dierenarts meer specifieke vragen stellen zoals wanneer de symptomen zijn gestart, of het dier nog eet, drinkt en normaal urineert, of het meer slaapt dan anders enzovoort.

Dit is het eerste puzzelstukje. Hoe preciezer u kan antwoorden op de vragen, hoe meer het de dierenarts zal helpen om te bepalen waar het probleem zou kunnen liggen. Dan weten ze specifiek waarop ze moeten letten in de volgende stap. De beste manier om uw dierenarts in dit stadium te helpen is om het gedrag van uw huisdier thuis nauwgezet op te volgen zodat de antwoorden die u geeft nuttig zijn. 

 

Wat gebeurt er tijdens het algemeen onderzoek van mijn dier? Welke informatie verkrijgt mijn dierenarts uit dit onderzoek?

Het algemene klinische onderzoek start met het wegen van uw dier. Een verandering in gewicht zonder duidelijke verklaring, zoals een dieet of meer of minder bewegen, kan een indicatie zijn dat er een onderliggend probleem aanwezig is. Vervolgens onderzoekt de dierenarts elk deel van uw huisdier, de neus, de mond, de tanden, de ogen, de oren, de poten, de staart en de huid. Ze gaan ook voelen aan de buik, voelen naar verschillende organen en de reactie van uw dier op deze palpatie beoordelen. Dit helpt om buikpijn, abnormale massa’s of organen die abnormaal groot of klein aanvoelen te identificeren. 

De volgende stap is luisteren naar het hart. Uw dierenarts gaat luisteren naar veranderingen in ritme, intensiteit, snelheid en abnormale geluiden zoals een bijgeruis. Ze gaan ook luisteren naar abnormale geluiden in de longen en, soms, het verteringsstelsel.

Het laatste deel van het onderzoek is het nemen van de temperatuur. De normale temperatuur van een hond of kat is 38-39°C. Dit kan iets verhoogd zijn wanneer het dier erg gestresseerd is of net een intense fysieke activiteit achter de rug heeft. Het kan iets verlaagd zijn bij oudere dieren. Elke andere variatie is een teken van een onderliggend probleem.

AnimEd Solutions - Analyses complémentaires par le vétérinaire

Waarom raadt mijn dierenarts bijkomende testen aan? Welk type testen worden beschouwd als complementair en hoe helpen deze om tot een diagnose te komen?

Het gebeurt vaak dat de dierenarts aan het einde van het algemene klinische onderzoek een idee heeft van waar het probleem zich bevindt, maar nog niet genoeg informatie heeft om een diagnose te stellen. Hierbij zijn complementaire testen een enorme hulp.

Het meest voorkomende complementair onderzoek is het bloedonderzoek.  Sommige onderdelen van het bloedonderzoek reflecteren hoe bepaalde organen functioneren. Door deze merkers te analyseren, kan uw dierenarts zien of er tekenen van anemie of infectie aanwezig zijn en hoe organen zoals de lever, nieren, pancreas, hart, schildklier, enzovoort functioneren. Bloedtesten kunnen ook gebruikt worden wanneer uw dierenarts een vermoeden heeft van een virale of bacteriële infectie maar bevestiging nodig heeft vooraleer de behandeling op te starten. 

Analyse van urine is nuttig bij het diagnosticeren en opvolgen van de evolutie van nierziekten en blaasproblemen zoals ontsteking, infectie of blaasstenen.  Analyse van een stoelgangstaal is de beste manier om parasieten aan te tonen, maar het kan ook helpen bij het diagnosticeren van problemen met de absorptie van voedingsstoffen.

Analyse van stoelgang: door de stoelgang onder de microscoop te analyseren, kan er beoordeeld worden of darmparasieten bijdragen aan het probleem van uw huisdier of het kan de aanwezigheid van bloed, wat abnormaal is, detecteren.

RX is een zeer handig hulpmiddel om te visualiseren hoe uw dier er vanbinnen uit ziet, maar er zijn beperkingen. Vermits het gaat om een 2D beeld, worden alle organen op elkaar geprojecteerd, waardoor het soms moeilijk is om exact te bepalen wat abnormaal is.  

Echografie helpt om de organen individueel en in beweging te beoordelen. Maar wanneer het ene orgaan voor het andere ligt, is het weerom moeilijk om het volledige orgaan in beeld te brengen. Dit is de reden dat het uitvoeren van een CT scan soms de enige manier is om te weten te komen waar exact het probleem gelokaliseerd is. Een CT scan geeft ook het meest gedetailleerd beeld en laesies die te klein zijn om via RX of echo te visualiseren zijn op een CT scan veel beter te zien. 

Een andere manier voor dierenartsen om naar het binnenste van uw dier te kijken is via endoscopie. Een endoscoop is in essentie een kleine camera op een draad die via de neus, mond of eender welke andere opening kan worden ingebracht. Het is uitermate handig voor het nemen van biopten van weefsels die vervolgens geanalyseerd kunnen worden.

Dit zijn slechts enkele van de complementaire testen – er zijn er veel meer!

Hoe gebruikt de dierenarts al deze informatie om tot een diagnose te komen?

Door de vorige stappen te doorlopen, heeft uw dierenarts kleine stukjes informatie vergaart en is nu klaar om een diagnose te stellen. Dit proces kan heel kort zijn, waarbij de diagnose al wordt gesteld tijdens het eerste consult, of het kan langer duren waarbij er zeer veel complementaire testen nodig zijn. Als dat het geval is, kan het zijn dat u de hoop verliest om ooit tot een diagnose te komen en dan lijkt het dat uw dierenarts gewoon veel testen aan het uitvoeren is zonder reden. Maar dit is zeer onwaarschijnlijk. 

Diergeneeskunde is een wetenschap waarbij ook wat creativiteit komt kijken, wat betekent dat de dierenarts systematisch moet zijn in zijn/ haar aanpak. Zodra ze alle informatie hebben vergaart die u hem/ haar hebt gegeven, starten ze met het opstellen van een differentiaaldiagnose. Een differentiaaldiagnose is een lijst van mogelijke ziekten die kunnen verklaren waarom het dier dat ze voor zich hebben staan zich niet goed voelt. Met elke test die de dierenarts uitvoert, kunnen een of meerdere mogelijke ziekten van de lijst van mogelijke diagnoses geschrapt worden. 

Sommige ziekten hebben zo’n duidelijke symptomen en testresultaten dat een algemeen klinisch onderzoek of een enkele simpele test voldoende is om te bevestigen dat uw dier aan deze ziekte lijdt. In andere gevallen zijn er verschillende testen nodig om geleidelijk aan de lijst met mogelijke ziekten korter en korter te maken totdat er slechts één overblijft.

Soms komt het tot het punt waarop uw dierenarts uw dier zal refereren naar een specialist. Zoals er in de humane geneeskunde specialisten zijn, bestaan er ook diergeneeskundige oftalmologen, dermatologen, voedingsspecialisten, chirurgen, gedragsspecialisten,… . Deze specialisten hebben ervaring in omgaan met ziekten die algemene dierenartsen zelden zien en ze beschikken ook over de apparatuur om specifieke testen en behandelingen uit te voeren. 

Geen enkele dierenarts kan een expert zijn in elk vakgebied. Een goede dierenarts weet wanneer hij/ zij zijn/ haar limiet heeft bereikt en zal u dan refereren naar iemand met meer specifieke skills die nodig zijn om uw huisdier te helpen. In dit geval zullen de specialist, de dierenarts en u nauw samenwerken om tot een oplossing en behandelingsplan te komen. In dit geval heeft uw algemene dierenarts nog steeds de leiding om ervoor te zorgen dat alle informatie over uw huisdier gecentraliseerd wordt en om er zeker van te zijn dat de aanbevelingen van de specialist gevolgd worden en dat de vooruitgang van uw huisdier wordt gemonitord. 

Hoe stelt uw dierenarts een behandelingsplan op?

Eenmaal de diagnose is gesteld, is uw dierenarts in staat om een behandeling op te starten. Er moet rekening gehouden worden met alles wat er in de testen gevonden is. Niet alle ziekten hebben een onfeilbare oplossing, het uw dier zo comfortabel als mogelijk maken of symptomatisch behandelen is soms het enige dat gedaan kan worden wanneer het immuunsysteem van uw dier de ziekte bestrijdt.  

Uw dier is een individu, dus de behandeling die gewerkt heeft bij een ander dier, zal misschien niet even effectief zijn bij uw huisdier, of de dosis moet aangepast worden. Sommige dieren zijn ook gevoeliger aan bepaalde medicatie, waarbij ze verzwakkende neveneffecten kunnen vertonen. Dit is zeer moeilijk om op voorhand te voorspellen, dus als uw dier neveneffecten vertoont op de medicatie, is het belangrijk dat u uw dierenarts hier direct van op de hoogte brengt zodat de medicatie kan worden aangepast. 

Als uw dier vochttherapie, intraveneuze injecties of nauwlettende monitoring nodig heeft, zal de dierenarts hospitalisatie voorstellen. Hoewel het niet leuk is om uw dier te moeten achterlaten in de kliniek, geeft het uw dier wel de beste kans om de ziekte snel te bestrijden. 

Animed solutions - Anim

Opvolging

Als uw dierenarts om een follow-up vraagt , zij het als een telefoontje in de komende dagen of door opnieuw langs te komen met uw dier, is het belangrijk om dit ook effectief te doen. Zelfs indien uw huisdier er tegen dan opnieuw terug volledig gezond uitziet. Het zal u de gemoedsrust geven dat uw metgezel weer gezond is en in sommige gevallen moet uw dierenarts u wellicht verdere instructies geven over hoe u dat zo kunt houden. 

Als u medicatie moet geven of een bepaalde behandeling thuis moet toepassen, is het heel belangrijk om niet te stoppen met deze behandelingen voordat u de volledige door uw dierenarts aanbevolen therapie heeft voltooid.

Dit is zeker het geval voor antibiotica. Als er een bacteriële infectie aanwezig is, zal uw dierenarts antibiotica aanraden. Vaak zal uw dier zich al na een paar dagen beter voelen, maar de voorgeschreven behandeling kan 10 dagen, 2 weken of langer duren.  Er is hiervoor een sterke wetenschappelijk reden.

Wanneer er te snel gestopt wordt met antibiotica, zijn we er zeker van dat er veel bacteriën zijn afgedood, maar niet allemaal, wat leidt tot een paar zeer sterke bacteriën die resistent worden tegen verdere behandelingen. Over het algemeen doden we alle bacteriën af met een behandelingsduur die lang genoeg is. Als we de antibiotica te vroeg stoppen en er blijven zeer sterke bacteriën over, worden deze ‘superheld’ bacteriën. Uw dier kan opnieuw ziek worden en het wordt moeilijker tot onmogelijk om de infectie een tweede keer onder controle te krijgen. Vermits de meeste bacteriën niet gebonden zijn aan 1 diersoort , zullen deze ‘superheld’ bacteriën zich nu in uw huis bevinden en u of iemand van uw gezin kan ziek worden van deze bacterie, waardoor het ook voor uw dokter zeer moeilijk zal worden om uw infectie onder controle te krijgen.